• Plintjes

    4 december 2019

    ‘Ik ben gek op plintjes’. Tegenover mij zit Janny de werkster van mijn buurman. Ik heb haar gevraagd mij te helpen met ramen zemen. Niet dat ik zo’n groot huis heb, of helemaal geen tijd, dat is het niet. Het zit niet in mijn systeem en eigenlijk wil ik dat zo laten. En heel soms bij toeval sluipen die ramen mijn systeem binnen.

    Dat gebeurde de week ervoor, ik zat bij de buurman waar Janny net aan het poetsen was. Een heerlijk gezellig mens, met een praatje pot en een vette lach, het is niet verkeerd met Janny over de vloer. Zeker als je huis daarna helemaal shiny is. Ik zag haar en ineens dacht ik aan mijn niet gewassen ramen. En aan mijn niet-gewassen ramen kun je eer behalen.
    Zo zit Janny een week later tegenover mij aan de koffie, trap, emmer en spons in de aanslag. Klaar om mijn ramen eens een goede beurt te geven.

    ‘Ik maak ook voor bedrijven schoon’, zegt zij, bijvoorbeeld nieuwe panden die opgeleverd worden. Ik roep dan naar mijn collega’s dat ze van de plintjes af moeten blijven, die zijn van mij. Ik doe een matje onder mijn knieen en dan ga ik dat hele pand door. Urenlang langs al die plinten. Het mooiste is als er van die hardnekkige klonten cement en ander ongerief op zit. Dan ga ik met mijn mesje de boel eraf schrapen. Daar word ik helemaal Zen van. Mijn collega’s haten plintjes maar ik word er heel erg blij van. Dus als er een pand opgeleverd wordt dan ben ik van de partij.’

    Janny vertelt enthousiast verder, over de verschillende soorten plinten met wat je daar allemaal vanaf kunt schrapen. In mijn ooghoek zie ik mijn vuile witte plinten. Stof op de randjes, zwarte strepen her en der van…. ja van wat. Er zit zelfs een stuk plint los, het ligt er gewoon naast, zo’n klein stukje wat er aan vastgemaakt was in een hoekje. Het ligt op de grond met de naakte muur erachter zichtbaar. Cementachtig korrelig grijs op het randje van muur en grond. Dat ik dat nog nooit gezien heb en dat ik mijn plinten zo verwaarloosd heb. Dat was jaren geleden wel anders.

    Mijn witte plinten zijn een compromis, oorspronkelijk waren ze donkerbruin. Hardhouten plinten, het stond trots in de verkoopbrochure. Alsof het het goud van Shiva was. Na een aantal jaren me geërgerd te hebben hieraan besloot ik actie te ondernemen.

    Van een eerder thuisfront in een ander leven had ik inmiddels geleerd dat het het beste is iets te overleggen voordat je aan de slag gaat. Het was in de ‘bruine periode’, jaren 80 dat ik besloot mijn huis bruin te verven. Alle deurstijlen donkerbruin, de deuren lichtbruin. Op de dag dat ik dit bedacht,  kocht ik verf en begon, schuren en direct lakken op het witte hout.
    Toen mijn toenmalige huisgenoot ’s-avonds thuis kwam van het werk vond hij een ineens ander huis. Het bruin was nog niet wat je er van mocht verwachten, het wit schitterde er doorheen met ongelijke streken. Het viel verkeerd en ik vond dat hij star was. Waar was die leuke man van mij gebleven?
    Het resultaat was dat in het weekend wij gezamenlijk gezellig zwijgend stonden te schilderen. Ik nog een keer over mijn eerste bruin laag heen, het thuisfront kwastte met wit over de gedroogde bruine laag heen. Een vriend die op dat moment binnenkwam zei: ‘Ik bespeur hier een meningsverschil.’ Wij zeiden niets en verfden stug door.

    ‘Ik wil nieuwe moderne plinten’, riep ik. Mijn nieuwe thuisfront reageerde afhoudend. ‘Goede houten plinten gaan we niet zo maar weggooien’, was het verweer. ‘En weet je wel hoeveel dat kost, een beetje plint.’ Ik wist het niet, maar vond het niet relevant. Het duurde wel een paar weken maar uiteindelijk kwam ik met de oplossing. We gaan die plinten wit verven. Het thuisfront wilde er alleen aan toegeven als ik dat klusje zelf zou opknappen. Nou dat was geen punt.

    ‘Je moet ze eerst ontvetten’, riep mijn huisgenoot. ‘Anders dondert de verf eraf.’ ‘En vergeet je niet te schuren en de plinten in de grondverf te zetten? Ja dan pas lakken. Nee, niet gelijk lakken, wees nu niet eigenwijs, doe nu maar.’ Het thuisfront had er weinig vertrouwen in. En daar ging ik, dagenlang, met de kont omhoog door het huis. Huiskamer, keuken, gang, slaapkamers, het appartement nam in mijn ogen enorme afmetingen aan. Ik werd er niet Zen van. Na een week van zweten waren de plinten klaar, ze waren als nieuw. Zelfs het thuisfront was tevreden, ja zelfs blij met de verandering, het leek wel of het hele huis een metamorfose had ondergaan. We keken liefdevol naar onze plinten en we zagen dat het goed was.

    Dit alles had ik in gedachten terwijl Janny verder zat uit te weiden over haar plinten, dat ze zo blij was als ze daarop los mocht gaan. Oh, had ik Janny maar eerder ontmoet, ze had haar repertoire kunnen uitbreiden. Ik had haar laten kennismaken met het schoonmaken met ammoniak, het schuren om alle pukkeltjes op het hout radicaal te verwijderen. Ik zou haar hebben leren verven, ik zou een nieuwe kwast gekocht hebben, de beste om haar het gevoel te geven dat ook met een kwast de Zen-status te bereiken zou zijn. Ik zou het fijnste schuurpapier gegeven hebben, in alle verfijningen die er zijn, zij zou het onderscheid gevoeld hebben tussen korrel 1 en 2, zij zou met haar vingers sensueel langs de plinten gevoeld hebben, de gladheid ervaren en het zou haar tot hoge pieken gebracht hebben. Ik zou haar de diepste dimensie van het plintenwezen hebben laten leren kennen.

    Maar Janny kwam slechts mijn ramen zemen.

    Detail 'Family affair' van Ada Krowinkel

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 24 keer bekeken

  • In the liquorstore

    24 februari 2019

    In the liquorstore,

    De avond valt, het is schemerig, de donkerte krijgt de overhand. Ik loop alleen op straat, niet helemaal alleen, er zijn anderen. Het is een vreemde buurt, ik ben er nog maar net, nog geen dag. Een buurt die zo totaal anders is dan wat ik gewend ben. Het zijn lange straten met brownstone huizen die ik ken van films. In de zomer moet het hier heel gezellig zijn, iedereen op de trap van zijn eigen brownstone house een beetje socializen.

    Er rijden veel taxi’s, er passeert een bus. De mensen op straat zijn allemaal zwart, ik ben de enige blanke. De mensen lopen met een enkele uitzondering langzaam, ze sloffen meer dan dat ze een stevige stap zetten. De meesten kennen elkaar, schreeuwen een groet, soms van huizenver. Een man hangt tegen een muur, een andere tegen een lantaarnpaal. Ze zien me niet of ik denk dat ze me niet zien, ik durf niet goed te kijken. Ik ben in Brooklyn voor een hele maand, ik ben met een vriendin, zij exposeert op Manhattan. Wij noemen het een businesstrip.

    We hebben de dag doorgebracht in de auto van Elizabeth, onze gastvrouw van de Airbnb. Zij crosst met ons door Brooklyn op zoek naar winkels die kunstwerken binnen 3 dagen kunnen inljsten en een groot canvas kunnen opspannen. Het is moeilijk, het is onmogelijk. Elizabeth houdt van snelheid en van op het laatste moment ziet ze de mensen die oversteken en moet hard remmen. ‘Ik heb mijn lenzen niet in, maar ik zie alles’, roept ze. Elizabeth is een geval apart. Binnen een paar minuten zijn we op de hoogte van haar wel en wee. ‘Heb ik 1x seks met mijn gescheiden kerel en ben ik ineens zwanger. Ik heb een vriend nu, ik denk dat mijn vriend wel bij mij komt komen. Hij heeft in de gevangenis gezeten, maar nu aan het studeren. Hij heeft weinig tijd voor mij. Weet nooit wanneer ik hem zie. Soms weet ik helemaal niet waar hij is. Is goed zo’, zegt zij, maar haar houding spreekt een andere taal.

    Eenmaal weer terug van onze tocht door Brooklyn wil ik naar buiten, de buurt verkennen, even alleen. Het is nog licht als ik vertrek.
    Als ik al bijna buiten ben roept mijn vriendin een fles wijn mee te nemen. In de supermarkt wordt geen wijn verkocht, er wordt wel wijn verkocht met een echt etiket met de naam van de druivensoort erop, maar het is aangelengd met water en er is suiker toegevoegd. Je moet in de liquorshop zijn, vertelt Elizabeth ons.

    Het is al donker als ik langs een liquorshop loop, geen winkel maar een soort hok met tralies. Een hok waar ze wijn verkopen. Ik stap binnen, het is niet alleen een liquorshop maar ook een gokloket. Er staan vijf grote donkere mannen in en dat maakt het hok vol. Ze schreeuwen tegen elkaar alsof ze mijlenver van elkaar afstaan en ze schreeuwen tegen de man achter het loket, waarvan ik vermoed dat dat een man is. Het loket is zo klein dat ik niet kan zien of er wel een levend wezen achter zit. Het moet wel want zo af en toe komt er een hand naar buiten om een formulier door te schuiven. Het andere loket is voor de liquor. En getraliede wand met een kleine opening om het geld onder door te schuiven en een soort sleuf om de fles in door te geven. De flessen staan achter een glazen wand, ik moet mijn fles aanwijzen. Dat valt niet mee, ook de prijzen vallen niet mee. Ik kan me niet voorstellen dat in een hok zoals dit topwijnen staan. De prijzen doen anders vermoeden. Ik wijs een fles aan, de goedkoopste. De fles wordt in een zwarte plastic zak gedaan en door de sleuf geschoven nadat ik het geld in het bakje heb gedaan. Met mijn trofee loop ik naar huis.

    Als mijn vriendin mijn verhaal hoort roept ze uit dat ze niet alleen naar buiten gaat in de avond. Bang voor mensen met messen. Wat niet meehelpt is dat Elizabeth ons diezelfde middag vertelde dat er vroeger elke dag schiet- en steekpartijen waren, maar dat dat echt niet meer zo is. Althans niet meer elke dag. ‘Als je een helicopter hoort zijn ze achter een dader aan’, voegt ze er aan toe. ‘Hebben jullie al een helicopter gehoord?’ Een dag later is de weg vlakbij ons huis afgesloten, de politieagent vertelt mij dat er iemand is neergestoken. Weer een dag later ziet mijn vriendin een man met een revolver bij een barbershop. ‘Loop snel door’, sist ze tegen mij.

    Als we al wat langer in New York zijn en we bijna dagelijks terugkomen uit Manhattan vinden we vlakbij onze metrohalte een liquorshop. Het is hetzelfde concept behalve dat hier geen gokloket is. Wel een man die onzichtbaar achter glas naar de een of andere wedstrijd op televisie zit te kijken. We horen hem schreeuwen of juichen als we binnenkomen. Hij komt te voorschijn als hij de deur hoort, dan rijst hij langzaam op uit het niets. Na een aantal bezoeken hebben we een hechte vertrouwensband opgebouwd. Ik knik als ik binnenkom, hij pakt de fles die ik wil. Ik leg het geld in het bakje, hij schuift de fles door de sleuf. Na een paar bezoeken mag ik minder betalen. Geen idee waarom, ik vraag er niet naar en hij zegt het niet. De handelingen zijn woordeloos. De man verdwijnt weer op zijn lage stoel, hij is onzichtbaar. De enige stem is van de schreeuwende reporter op de tv.

    Lees meer >> | 1 Reactie | Reageer | 154 keer bekeken

  • Hond in New York

    21 februari 2019

    Op zondagochtend drinken we onze koffie op Manhattan in een van de vele Starbucks daar. Een mevrouw met een soort van tweelingwandelwagen komt omstandig binnen en ook met een baby in de draagzak. Op het moment dat ik me afvraag of we hier met een drieling te maken hebben, zie ik dat er twee van die kleine flufhondjes in de wandelwagen zitten en de baby in de draagzak is fluffy nummer drie. Ze zijn sprankelend wit en elk haartje is gekamd. Ik ren op de mevrouw af en paai haar dat ik die hondjes van haar zo georgious vind. Dat vind ik helemaal niet, ik wil alleen maar foto’s maken. Ze knikt heel lichtjes en als vriendin C. ook met haar fototoestel aan komt zetten is de maat vol. Ze klept de kap van de wandelwagen dicht, doet gaas voor de opening en mompelt iets en gaat apart zitten. Daar geeft ze de hondjes stukjes cake, praat ermee, sluit zich op in haar wereld. De show is voorbij, zoveel is wel duidelijk.

    Als één ding duidelijk is, de poedel is populair in New York. In Nederland zie je betrekkelijk weinig poedels. Vroeger, ja toen ik kind was, zag ik veel poedels. In New York is duidelijk een andere hondenmode aan de gang. Ook hondensoorten die ik nog nooit eerder heb gezien komen voorbij in de meest bizarre kleuren.

    Later op straat zien we honden met sokken aan. Ook hierin is een mode te herkennen. Wij zien vier verschillende kleuren sokken bij de ene hond, bij de andere roze sokken met bijpassend jasje, met franjes en frutseltjes. We zien een vrouw lopen met een mandje, roze gestoffeerd. Het hondje wordt er uitgehaald voor zijn behoefte en daarna behoedzaam in het mandje teruggedaan. De oude vrouw sjouwt met het hondje verder. Het beest kijkt ons brutaal aan, hij vindt het niet meer dan normaal.

    Dat doet me denken aan een programma dat ik lang geleden op de televisie zag, een Amerikaans programma. Het ging over poedels, een wedstrijd waarin poedels getransformeerd werden tot bekende personen. Ik was aan het zappen en daar was hij ineens, de zuurstokroze poedel, met een kapsel dat hoog boven de
    poedel uitsteekt, dito-kleurige haarstukjes er in verweven om het beest toch vooral een robuuste coupe te geven en vol in de krul. De hond wordt aangesproken met ‘Dolly Parton’.

    Ik was nog niet van mijn verbazing bekomen of daar kwam de volgende poedel al voorbij. Deze staat op een sokkel, neergezet als een levend standbeeld. Deze poedel is een leeuw, althans hij is getransformeerd naar een leeuw, lichtbruin gespoten en de krul op zijn kop is er helemaal uitgestyled en gewaxt in stijle manen. En verdomd, het is een leeuw, hij gaapt zoals alleen leeuwen kunnen gapen. Deze poedel leeft zich duidelijk in in zijn rol.

    Er is een poedel in alle kleuren van de regenboog met bolletjes haar op hoofd in blauw en groen, een zeer kleurig schouwspel. Een poedel vermomd als gestreepte slang, eentje als zebra, een poedel met twee bruine bulten, het blijkt een kameel te zijn. Het kan niet op, er is geen enkele poedel als zichzelf. Ze staan klaar in hun showtoilet om de catwalk te betreden, in dit geval een ietwat vreemde benaming.

    Het programma is spannend, want het is een wedstrijd wie zijn poedel het mooiste kan opmaken en onderdeel van de show is een wandeling van eigenaar met poedel op de catwalk. Ook de baasjes hebben zich aangepast aan de poedel, dus de look-alike van Dolly Parton loopt met Dolly Parton aan de lijn, doet een dansje. De leeuw wordt vergezeld van een leeuwentemmer, de slang met een slangenmens in dito kleuren en de veelkleurige poedel verschijnt zelfs op rollerskates. De kameel is een beetje sneuig, de bulten zijn zo groot, dat bij elke stap van de poedel de bulten van links naar rechts zwiepen, hij wint dan ook niet. Wie de winnaar was, weet ik niet meer, voor mij waren ze het allemaal. Het eindigt met heel veel tranen van verliezers en van de winnares, die tussen de tranen de historische woorden spreekt: ‘Ik ben helemaal van mijn melk’. In dat licht bezien zijn die honden met sokken aan toch maar een slap aftreksel.

     

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 114 keer bekeken

  • Niet zwaar, wel onhandig

    16 oktober 2017

    Op het parkeerterrein bij de Hornbach passeer ik twee mensen, ik loop naar mijn auto met twee pvc-buizen van twee meter lang. Een buis heeft een doorsnede van 10 cm. de andere buis 12,5 cm. Ik heb nog een plastic tas in mijn hand met wat klein spul, deze bungelt aan mijn hand, de twee pvc-buizen heb ik onder mijn arm van dezelfde hand. Mijn autosleutel in mijn linkerhand, klaar om de auto te openen.
    Ik vroeg nog bij de Hornbach om van de de buizen 50 cm. af te zagen, maar het is de bedoeling dat ik dat zelf doe, ergens bij de zagerij buiten het gebouw. Ik kan deze zagerij niet vinden, zeker niet met deze twee scharende buizen van twee meter onder mijn arm.

    De mensen roepen naar mij: ‘Niet zwaar he, maar wel onhandig’, ze lachen om mijn gestuntel. Ik niet. Ik heb het warm, mijn auto staat verder weg dan ik had gedacht en ik zweet. Ik moet auto’s ontwijken die langs mij rijden en de pvc-buizen blijven gevaarlijk scharen onder mijn arm, ik krijg er maar geen controle op.

    Bij de auto laat ik mijn autosleutel vallen en deze valt precies onder de auto, niet aan de rand, maar precies in het midden. Gelukkig heb ik een twee-meter-pvc-buis tot mijn beschikking. Ik krijg de buizen in mijn auto en rijd snel naar huis. Daar zaag ik er zelf 50 cm. van af, ik heb die Hornbach helemaal niet nodig.

    Dan rol ik een groot geschilderd doek van 1,15 mtr x 2 mtr. op en doe dat ik buis een, buis twee doe ik daar overheen. Ik tape de hele boel in, plak het adres er op.

    De andere dag staat een jongen van DHL bij mij aan de deur, ‘Ik kom het pakketje ophalen’. Hij heeft een regenpak aan en staat te druipen bij mij voor de deur. Ik geef hem het (inmiddels) zware pak onderwijl afvragend waarom hij een regenpak aanheeft. ‘Ik ben op de fiets’ zegt hij, 'Ik moest iets kleins ophalen’.
    Uiteindelijk komt alles toch nog goed. Later op de dag komt DHL met een auto, zet mijn pakket erin en vier dagen later is mijn doek gearriveerd bij een kunstliefhebber in Pensylvania. Zeven dagen later hoor ik dat de klant tevreden is en het doek niet terugstuurt. ‘Into the woods’ heeft zijn definitieve bestemming gevonden.

     

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 354 keer bekeken

  • Bonbon

    4 december 2016

    Ik moest de bonbon wel opeten. Ik wilde perse het glanzende koperkleurige papiertje hebben dat om de bonbon zat. Ik had het nodig voor een heel klein collage-schilderijtje dat ik wilde maken voor een dierbare vriendin.

    Ik moest het er heel voorzichtig afhalen om het niet te scheuren. Zou je zo’n papiertje ook kunnen kopen, zonder bonbon?? Ik betwijfel het. Zouden ze in de bonbonfabriek hele rollen van dat mooie papier hebben? Oh wat zou dat glanzen als de zon door de ramen naar binnen schijnt. Hoe groot zijn die rollen, of worden ze aangeleverd in kant en klaar op maat gemaakte papiertjes?

    Dezelfde papiertjes hebben ze ook bij de kapper, als ik daar tien blonde lokken vraag. Dan sprokkelt de kapper heel zorgvuldig haar voor haar een plukje bij elkaar met de achterkant van zijn kam, een penkam. Dan pakt hij zo’n glanzend papiertje en legt het papiertje onder de lok, verft hem en pakt hem in. En daar zit ik dan op de kapperstoel met tien blinkende pakketjes op mijn hoofd.

    Hoe krijgen ze dat glanzende papiertje om de bonbon? Er is vast een machine voor, of zou het toch met de hand worden gedaan? Er zijn eigenlijk nooit zo veel ingepakte bonbons, dus misschien is het toch een soort van collector’s item in zo’n doosje. Het ziet er feestelijk uit, zo’n glanzende bonbon en het doet me wegdromen naar vloeibare nectar die uit een bonbon stroomt bij de eerste hap die je neemt. Voorzichtig, want je weet nooit precies wat er in zit en als je maar een beetje onvoorzichtig hapt kan de inhoud van de bonbon zomaar langs je mond je nek indruipen. Je kunt vervolgens met je vinger proberen het weg te vegen en met je vinger af te likken. Het effect is nihil, het zit op je huid en het kan niet meer je mond inlopen. Want dat is wat je wil.

    In uiterste nood kun je natuurlijk een aantrekkelijk persoon vragen je nek uit te likken, weer eens wat anders dan te vragen of je de postzegelverzameling mag bekijken. Een eerste vereiste is dat er een gewillig aantrekkelijk persoon in je buurt is, die van bonbonvulling houdt en er van houdt om je af te likken. Dat zie je natuurlijk niet altijd af van de persoon, mits je hem/haar natuurlijk iets beter kent. Dan is het van belang om in de buurt van die persoon te gaan staan, een roekeloze hap van de bonbon te nemen en er voor te zorgen dat de inhoud langs je mond zo je nek in loopt. Zet je gezicht in de helpstand en kijk wat er gebeurt. Misschien honderd keer effectiever dan daten via internet. Het vereist wat inspanning vooraf maar internetdaten is ook een tijdrovende bezigheid.

    Mocht je niemand in het vizier hebben, dan kun je altijd nog besluiten gewoon een hap uit die bonbon te nemen en te genieten van het warme dikke vloeibare vocht dat langzaam in je mond verdwijnt en zich vermengt met de pure smaak van de chocolade. Doe je ogen dicht en ervaar de tinteling in je mond, je slijmspieren spannen zich in, ze kunnen het nauwelijks aan, ze werken over om de smaaksensatie te vervolmaken. Het speeksel vermengt zich inmiddels met de vloeibare chocolade, het is 37 graden, een ideale temperatuur om de chocolade langzaam te laten versmelten met de vulling en het speeksel dat een synergie aangaat om tot de ideale smaaksensatie te komen.

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 586 keer bekeken

  • 30 Men in black

    15 september 2016

    Eten in de refter, in de kelder van het gebouw. Ik zit in een klooster, tijdelijk. Ik ben op de West Bank voor 6 weken. Ik werk o.a. mee aan het opzetten van een groot kunstproject ter herdenking van 50 jaar bezetting in 2017. In dit klooster ben ik min of meer toevallig terechtgekomen. Het hostel dat ik had geboekt en waar ik midden in de nacht met mijn koffer voor de deur stond, hadden niet op mij gerekend. Het was een misverstand. Ze hadden wel een bed even voor de nacht, daarna zou ik een kleine kamer krijgen. Het was niet top. Er was geen handdoek en nee, ze hadden geen ontbijt voor mij voor de volgende ochtend. En nee, je kunt niets kopen, alle winkels zijn dicht zijn vanwege het offerfeest.

    Via andere vrijwilligers kom ik in het klooster terecht, bij de paters. Niet een gebruikelijke plek maar door het meedenken van de beheerder en door tussenkomst van een van de vrijwilligers krijg ik een cel. Met een kruisbeeld aan de muur, Maria op het bureau en met een flesje water uit Lourdes. Maar vooral ook met een toilet, douche, handdoeken, ontbijt en avondeten. Het ligt op een mooie plek, centraal in Betlehem met een grote tuin erom heen met meerdere gebouwen. De paters laten zich niet zien. Het is een oud klooster met brede stenen gangen. Zodra er een plek vrij is in het guesthouse van de paters, verhuis ik weer. Naar het volgende gebouw op hetzelfde terrein. Het is een paradijs in een wonderlijke wereld. Een wereld van afsluiting, frustatie, geweld en van mensen die proberen hoop te brengen. Voor die mensen ga ik werken.

    Mijn disgenoten zijn al vertrokken, zij moeten op tijd weg voor hun workshop die zij geven aan (groot)moeders over opvoeden van kinderen in stressvolle situaties. Ik blijf nog zitten, ik ben nog niet klaar. Ik zit alleen aan het tafeltje samen met 30 jonge priesters in opleiding. Zij logeren in het guesthouse. Men in black, met af en toe een wit boordje. Verspreid aan de vele tafeltjes in de ruimte. Zij zwijgen, zij mogen niet praten de zeven dagen dat ze in het klooster verblijven. Dat hebben ze zo afgesproken. Het tikken van het bestek en het schuiven van de stoelen is het enige geluid in de grote Middeleeuwse refter. Het is vervreemdend. Ik zit als enige vrouw in mijn witte blote shirtje aan een tafeltje bij de men in black. In een shirtje waar mijn borsten toch wel duidelijk zichtbaar zijn. Wel een mooi shirtje, maar bloot. Mijn bh is duidelijk te zien en wit kleedt niet echt af. Ik kan de zaak niet verstoppen. Ik zit achterin en moet regelmatig naar voren lopen naar het buffet, langs de 30 zwarte jonge mannen. Ze doen hun uiterste best niet te kijken, ze staren gebiologeerd naar hun bord en eten met gebogen hoofd. Ik zie ze zo ‘niet kijken’. Ik ben echter niet te negeren. Ik loop spitsroeden.

    Na het ontbijt word ik aangesproken door een van de mannen. ‘Mag je wel praten met mij?’ vraag ik hem. Ik mag toch zeker wel goedemorgen zeggen? Hij neemt de tijd voor zijn ‘goedemorgen’ en blijft een beetje halfslachtig rond mij hangen in de lobby.
    Morgen trek ik toch maar een ander shirtje aan. Zwart of zo.

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 616 keer bekeken

  • Corrigerend ondergoed

    8 november 2015

    ‘Hoe zit ie mevrouw?’
    Ik sta in het pashokje van V&D, een pashok van formaat met veel spiegels aan de wanden. De verkoopster praat tegen mij vanaf de andere kant van het gordijn. Ik ben omringd door corrigerend ondergoed in alle soorten en maten. Broekjes met half lange pijpen. Deze moeten de buik en de dijen in bedwang houden. Broekjes met korte pijpjes maar met een hoog bovenstuk die tot onder de borsten getrokken worden. Voor dijen en taille. Broekjes in verschillende maten, materialen en lengtes.

    ‘Ik heb hier nog een ander merk, wel vleeskleurig, maar een prima exemplaar’. Zegt de stem achter het gordijn.
    Ik hou niet van vleeskleurig, ik vind het er vies uit zien, alsof je een soort huid over je huid trekt. Ik vind vleeskleurig naar oude vrouwen neigen met degelijke onderbroeken, groot formaat en ondoordringbaar. Ik had afgelopen zomer voor onder een strapless jurk een bh zonder bandjes nodig. Ik had nogal haast en had een vleeskleurig geval gekocht bij gebrek aan beter en vanwege die haast. Het houdt de zaak keurig op zijn plaats, de boel wordt enorm gestut, maar mooi is anders. Als je ’s-avonds de boel loskoppelt, mijn God, dan valt alles als een soort bom naar beneden. Ik moet nu ineens erg aan mijn vleeskleurige bh denken.

    ‘Nee dank u’, roep ik terug.
    De verkoopster laat zich niet door mij afschepen.
    ‘Deze heeft een mooie kanten afwerking aan de pijpjes. Hij is van stevig materiaal, ik denk dat deze ideaal is voor u. En wat goed dat u die rok heeft meegenomen. Bijna niemand neemt de kleding mee die ze eroverheen doen. Nu kunt u het tenminste goed beoordelen welk ondergoed geschikt is voor u.’
    Ik pak het geval aan en ik zie me in gedachten al ingesnoerd staan in dit broekje met kanten pijpjes en opgetrokken tot onder aan mijn borsten samen met mijn vleeskleurige bh.

    Tsja, die rok heb ik zojuist gekocht, ik was het niet van plan. Ik was gewoon boodschappen aan het doen bij AH in de binnenstad. Ik woon tegen de binnenstad aan en loop dus langs al die etalages waar ik normaal gesproken geen aandacht aan schenk. Tot nu, want ineens zie ik hem hangen, de rok die ik al heel lang wil hebben. Met de volle boodschappentas ga ik de winkel in en ga de rok passen. Het is hem helemaal. Er is alleen een klein probleempje. Het is een strakke rok, een rok die nogal tekent, elke pukkel die je op je been hebt zitten, zit als pukkel in die rok. En aangezien ik niet meer zo dun als vroeger ben, heb ik een probleem. Links op heuphoogte zie ik een bobbel die ik nog niet eerder had bemerkt, maar die nu wel prominent aanwezig is. En ook mijn buik is duidelijk te zien. De verkoopster garandeert mij dat het vooral in mijn hoofd zit en dat het allemaal wel meevalt, zeker als ik daar iets overheen laat hangen.
     

    ‘Kijk dit truitje bijvoorbeeld’, zegt zij.
    En zij tovert een beeldschoon zwart truitje tevoorschijn, waar ik ogenblikkelijk voor val.
    ‘Maar wat u nodig heeft is corrigerend ondergoed. Mevrouw u moet eens weten hoeveel jonge meiden tegenwoordig corrigerend ondergoed dragen. Ik zie hier alles voorbij komen. Brede heupen, dikke buiken, vetrollen, alles. Wat u heeft is niets daarbij vergeleken.’

    Ik kijk hier zelf toch iets anders tegen aan, vooral die bult op heuphoogte. Waarom heb ik die nog nooit eerder gezien? Een grote bult, en vooral aan de linkerkant. Rechts is acceptabel, maar links ziet er niet uit.
    ‘U moet naar V&D gaan, daar hebben ze een enorme collectie corrigerend ondergoed. Wij hebben hier ook wel wat, maar dat is niet geschikt voor u. Koopt u nu gewoon die rok en loop naar V&D voor dat ondergoed. Als u die bult blijft zien, mag u de rok gewoon teruggeven.’

    Het label aan dit ondergoed moet mij over de streep trekken. Een afbeelding van een mooie jonge vrouw met een perfect figuur met deze broek aan met daaronder de tekst:’ultra control, bottomsolutions.’ Als iemand het nodig heeft, zij is het zeker niet. Ik pers me in het harnas, want zo voelt het toch aan, dat stevige broekje met pijpen met kant in vleeskleur. Het broekje blijft halverwege op mijn dijen hangen, ik krijg het kreng er niet overheen.
    ‘Lukt het mevrouw?’ roept de stem aan de andere kant van het doek.
    ‘Nee, te klein’, roep ik terug.
    Ik zweet als een otter en ook die boodschappentas zweet, want had ik daar niet ook diepvriesspullen in?
    ‘Wacht, ik pak een grotere maat. U had toch large? Dan haal ik even een XL’, en de verkoopster loopt weg.
    Ik wacht in mijn eigen onderbroek, op mijn sokken, omringd door vleeskleurig ondergoed met een volle boodschappentas aan mijn voeten.
    ‘Het wordt XXL mevrouw, XL hebben we niet meer’.
    Ik krijg de broek aangereikt vanachter het gordijn.
    ‘U had toch ook nog een zo’n broekje van heel dun materiaal?’ roep ik. ’In het zwart.’
    Dat lijkt me toch allemaal beter dan al die apparaten die ik om me heen heb liggen.
    ‘Mevrouw, u kunt dat misschien mooi vinden, maar het geeft geen enkele correctie. Ik raad het u af.’
    Uiteindelijk kies ik voor een corrigerend sportbroekje in zwart, met pijpjes en zonder kant. Dit is tenminste niet zo libido-dodend als de andere exemplaren.

    Eenmaal thuis ga ik nog een keer passen. Is die rok wel helemaal goed? Het  lijkt wel of de naad schuin loopt. Ja zie je wel, daar komt mijn heupbult vandaan, ik weet het zeker. De andere ochtend ga ik met mijn rok terug naar de winkel. ‘Mijn’ verkoopster is er vandaag niet, ik spreek met een collega van haar.
    ’Nee’, zegt zij, ‘alle rokken zien er zo uit. Maar als je nu een maatje groter past, misschien zie je de bult dan niet meer. En kijk eens wat een leuk jasje, past er leuk op.’
    Ik pas de rok met het jasje en inderdaad mijn bult is geslonken, hij is slechts latent aanwezig. En dat terwijl mijn corrigerend ondergoed gewoon thuis in de kast ligt. Ik ga de winkel uit met mijn rok en het hele dure jasje dat er zo leuk op past.

     

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 1125 keer bekeken

  • Gisela

    9 september 2015

    Een golfclub in Rotterdam en 25 strak gekapte dames, de meesten in deux-piece,  aan een lange tafel, gedekt met wit damast. Achter hun broodje zalm met kopje thee naast het bord. Obers die af en aan lopen en ik zit bij de deur. Op een stoel met goudkleurige randen langs het rood fluweel. Het zit voor geen meter. Ik zit daar en bewaak de deur zodat, als alle dames hun broodje hebben er geen ober meer onverwachts binnenkomt om te vragen of alles naar wens is. Er is mij opdracht gegeven zodra de deurklink naar beneden beweegt, ik als een gek de deur moet openen en de verschrikte ober wegblaf. De dames mogen niet gestoord worden. Het is een strikt protocol waarin ik me vrijwillig heb laten vangen. Dat heb je ervan als je nog niet bent geïnstalleerd en in je proefperiode zit.
    De dames voeren op beschaafde toon conversatie met elkaar over ongevaarlijke onderwerpen waar de dames eensgezind in hun mening zijn. Zoals zij vinden hoe het zou moeten zijn en het niet is, wat een schande is en wat beter zou kunnen als de wereld maar zou doen, zoals zij het vinden dat het moet zijn. Mijn moeder zou zeggen: ’Zo fijn als gemalen poppestront’.

    Behalve Gisela. Groot, blond en altijd in een opvallende roze outfit. Grote wijde jurken of een broekpak. De kleur roze varieert van zacht babyroze naar een ’aan-het-oog-pijn-doen-roze’. Gisela met haar onvermijdelijke hondje tegen haar grote borsten aangedrukt. Waar Gisela gaat, gaat ook het pluisgeval. Zit Gisela te eten, pluis zit op haar schoot en eet mee. Gaat Gisela naar het toilet, pluis is erbij als een soort van harig aanhangsel dat geluid maakt. Pluis is onverbrekelijk verbonden met Gisela en heeft een constante nijdige blik waarmee hij de wereld in kijkt.
    ’Hij doet niets hoor’, zegt Gisela. ’Het is toch zo’n schat.’ Het zal wel, maar ik kom niet in de buurt van het kreng, want een kreng is het. Want o wee als de aandacht verslapt voor pluis, gaat het beest tekeer als een gek, en probeer hem dan maar eens stil te krijgen. Dat is wel wat anders dan een ober die nietsvermoedend en met de beste bedoelingen de deur opent om te vragen of alles naar wens is.

    Elke twee weken komen we bij elkaar in de Golfclub in Rotterdam. Altijd dezelfde vrouwen, geen mannen. Het is een club van vooral buitenlandse bemiddelde vrouwen die in Nederland wonen en die meestal als ’vrouw van’ zijn meegekomen. Nederlandse dames zijn ook welkom. De voertaal is Engels, hoewel daar mee gesjoemeld wordt in de onderlinge gesprekken. Het is een debatingclub en het is de bedoeling dat na een half jaar deelgenomen te hebben, je wordt geïnstalleerd als lid. Een club waar ik totaal niet inpas, maar toch in terecht ben gekomen. Samen met een vriendin die ook in deze biotoop totaal misplaatst is. Dat kwam zo.

    Wij studeerden Engels en voor de taal zou het toch handig zijn voor langere tijd in een Engelstalig land te wonen, zo werd ons verzekerd tijdens de studie. Om een aantal redenen, waarvan geld toch de voornaamste was, konden wij daaraan niet voldoen. Dus zochten wij andere wegen. En omdat dit een Engelstalige club was, het nauwelijks geld kostte, was onze beslissing snel genomen. Wij waren de outcasts met onze kapotte panties en onze Zeeman outfit. Samen met Gisela met haar helblond hoog getoupeerd haar dat toen al jaren uit de mode was.

    Het stoorde Gisela niet in het geheel, ze leek het wel prettig te vinden in haar afwijkende verschijning. En ze had lef, zoals ze met haar hele voorkomen de groep bespeelde, zoals bijvoorbeeld de conversaties over dure glazenwassers meteen de grond werden ingeboord.
    ’Hoe zo duur?’, placht Gisela te zeggen. ’Als het veel kost heb je blijkbaar ook veel ramen die gezeemd moeten worden. En veel ramen betekent een groot huis. En ja een groot huis is a lot of money dat je blijkbaar in overvloed hebt. Dus zullen we het nu ergens anders over hebben?’
    Tegen deze logica waren de dames niet bestand en het was voldoende om de dure monden te snoeren.
    ’En waarom neem je je broodje in je servetje mee, als je eerder wegmoet? Ik heb het wel gezien hoor. Kun je het anders niet betalen? Of denk je, ik heb betaald, dus ik neem het mee? Heb je een bucket voor me, kan ik even kotsen.’
    Reken maar dat het broodje bleef liggen op de bordjes. Gisela wist iedereen op zijn Rotterdams op hun gebreken te wijzen. Voor haar eigen gebreken was ze ook niet blind.
    ’Ik hou van de waarheid, die ga ik niet uit de weg. Ja dat kan weleens zeer doen.’
    Dat konden de dames in hun deux-piece beamen.
    Tegen ons zei Gisela: ’Als er wat is, geef maar een yell’.

    Ik zie haar nog staan achter het spreekgestoelte van de golfclub. De bril op het puntje van haar neus en in het Engels met onverkort Rotterdams accent: ’Is it really true?’. De rollende r’s worden in het kwadraat de ruimte ingeslingerd.
    Ze kijkt de 25 andere dames die achter hun broodje zitten, indringend aan. Het pluisgeval kijkt mee. En nogmaals stelt ze haar vraag: ’Is it really true?’.
    De andere dames kijken neutraal terug. Ik ook vanaf mijn stoel bij de deur, ik heb geen idee waar ze naar toe wil. Ik hoor alleen maar: ’Is it really true?’, als een soort mantra sluit ze elke zin die zij spreekt hiermee af.

    Dat installeren intrigeert ons nogal. We hebben visioenen dat we met een zwaard tot ridder worden geslagen zoals de Engelse koningin dat doet. En eerlijk gezegd, dat lijkt ons wel wat. Gisela helpt ons uit de droom. ’Het stelt eigenlijk niets voor. Je moet luisteren naar een verklaring over integriteit en verplichtingen waar je je als lid aan moet houden. Als dat achter de rug is loop je naar het spreekgestoelte en spreek je je maidenspeech uit. Dat kan over elk onderwerp gaan. Ik heb over mijn broer verteld die aan de drugs is en zwerft op straat. Maar meestal gaat de speech over iets maatschappelijks, hoewel, dat verhaal van mijn broer was toch eigenlijk wel aardig maatschappelijk, zou ik zeggen.’

    Gisela vertelt graag over haar liefdesleven, daar zorgen wij wel voor. Wij moedigen Gisela zo veel mogelijk aan alle saillante details te vertellen. Gisela is driftig op zoek maar iedere keer als er sprake is van misschien wel een begin van een relatie, fietst er iets tussendoor. Een opdringerige ex of haar broer die dan ineens aan de deur staat en dringend geld nodig heeft. Dat zijn meestal voorbodes van het abrupt eindigen van een relatie. Want het blijft nooit bij die ene keer, de broer blijft geld vragen, dringt zich het leven binnen van Gisela en de ex eist op hoge toon een bezoekersregeling met het pluizige hondje. Daartegen zijn de minnaars niet bestand. En Gisela? iedere keer opnieuw scheert ze haar benen als een nieuwe geliefde in aantocht is, harst ze de haren van haar bovenlip en koopt nieuw ondergoed. Ze vertelt dat ze bij een eerdere lover die bij haar op bezoek kwam, zelfs de kamer ging witten. Hij zou een week blijven en die vuile muren gaven toch geen beste indruk. De lover blijkt een bruinogig loeder, Pascal genaamd uit Frankrijk, waar ze het slechts enkele uren mee uithield. Wat er precies is gebeurd, wil Gisela niet vertellen, zelfs niet na consistent aandringen van ons. Hij vertrok spoorslags terug naar Roubaix. Zoveel wil ze wel kwijt. Nee met het liefdeleven wil het maar niet vlotten.
     
    Die ex bezorgt wel de nodige overlast. Te pas en te onpas wil hij alles van het hondje weten. ’Eet hij wel genoeg? Komt hij wel veel buiten, nu je midden in de stad woont? Die beestjes hebben beweging nodig, dat weet je toch wel?’
    Gisela wordt er helemaal gek van. Het is uiteindelijk nog voor de rechter geweest, over die omgangsregeling met dat hondje. Het beestje is haar toegewezen. Maar dat betekent niet het einde van de bemoeizuchtige ex.

    Die keer dat Gisela niet was komen opdagen, kan ik me nog goed herinneren. We zaten voor de verandering in een duur restaurant, de golfclub was niet beschikbaar. Er was een gedeelte afgebakend voor ons met van die rode touwen tussen glimmende paaltjes. ’Besloten bijeenkomst’, stond er op een bordje bij om elk misverstand te vermijden. Iedereen was er, behalve Gisela. Ze had zich niet afgemeld en niemand wist waar ze was. Iemand opperde of ze misschien toch naar de golfclub was gegaan en de voorzitster ging bellen. Op de golfclub zat niemand in een roze outfit. Vervolgens besloot de secretaris naar Gisela zelf te bellen. Er werd niet opgenomen. Na enige uitgewisselde ongeruste algemeenheden, werd de bijeenkomst zonder Gisela begonnen. Ook de keren daarna, toen we weer terug in de golfclub waren, geen Gisela, ze antwoordde nooit de telefoon en reageerde niet op brieven. Wij zijn nog een keer over de Schiedamsedijk gaan fietsen of we Gisela niet toevallig zouden tegenkomen, maar geen spoor van Gisela of het pluisgeval. Daarna verslapte onze aandacht.

    Die installatie van ons is er nooit gekomen. Voor ons was de lol ervan af. De gesprekken over geld, dat wij niet hadden, dure auto’s, die wij moesten ontberen, de werksters, au-pairs, daar konden we niet over meepraten. De maand voordat wij geïnstalleerd zouden worden hebben wij ons lidmaatschap per aangetekende post opgezegd. 

    Schiedamsedijk in Rotterdam

    Schiedamsedijk in Rotterdam

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 913 keer bekeken

  • Auto

    4 september 2015

    Frank bestuurde altijd de auto en ik zat er naast. Dit voldeed prima. Ik had lang geleden mijn rijbewijs gehaald, maar nooit geconsumeerd. Ik hield niet van rijden en later ging ik het eng vinden. De kaarten waren dus geschud, Frank reed en ik zat er naast. Maar nu is alles anders. Er is geen Frank meer die rijdt. En die auto staat ook maar voor de deur.

    Na tien rijlessen stap ik in de auto, helemaal alleen en zo de weg op. Ik woon in het centrum van de stad, dus dat betekent gelijk met de billen bloot. Het gaat goed en ik voel me ‘Master of the Universe'. Hoewel een echt spontane rijder hiermee nog niet is geboren. Wat ik me later realiseer is dat een auto onderhoud met zich mee brengt en er moet af en toe benzine in.

    Ik oefen voor de deur met de benzinedop, ik krijg hem niet los. Ik vraag een loslopende man mij te helpen. Daarna oefen ik verder. Vervolgens ga ik tanken. Met veel passen en meten zet ik de auto voor de goede pomp, ik moet het nummer van de pomp intoetsen en daar haak ik af. Waar staat dat nummer? De man bij de pomp naast mij helpt mij met een gezicht van ‘trut-kan-je-dat-dan-niet-zelf-zien?’ Maar ik tank. En ook nog de goede benzine.

    Het wassen is van een andere orde. Ik ga een paar keer per week zwemmen, vroeg in de ochtend en op de terugweg zie ik ineens een wasstraat. Geen uitstel mogelijk. Het is nog vroeg en mannen op weg naar hun werk staan naast de wasstraat te wachten totdat hun auto klaar is. Het is zo’n wasstraat waar je in rijdt, dan uitstapt en het apparaat zijn werk doet. Ik spreek een van de mannen aan en vraag hoe e.e.a. werkt.
    ‘Je moet binnen bij het benzinestation betalen, dan krijg je een bon, op die bon staat een nummer, dat nummer toets je in op het apparaat dat naast de inrit van de wascabine staat. Wel eerst je auto binnenrijden en dan dat nummer intoetsen.’
    Het klinkt simpel genoeg. Ik ga naar binnen.
    ‘Wat voor beurt wilt u?’ vraagt de man met een neutraal gezicht in het benzinestation.
    Ik blijf hem aankijken, dan wijst hij met zijn vinger naar boven, naar een groot bord.
    ‘Oh, doet u maar het volledige programma.’
    Ik krijg een bon met een nummer. Ik loop naar de auto en rij hem de cabine in. Op het moment dat ik het nummer wil intoetsen, rent een monteur uit de naastgelegen garage en roept: ‘Stop, stop. U heeft de auto niet goed ingereden. Kijk er is een soort van bobbeltje waar u overheen moet rijden, vlak voor dat andere bobbeltje dat daar achter ligt. Dus uw voorwielen moeten tussen die twee bobbeltjes staan. U moet verder doorrijden.’
    Ik stap in en rij de auto naar voren, naar achter, naar voren, naar achter, naar voren en naar achteren. Ik hoop dat iedereen druk met zichzelf is en mij niet ziet. Uiteindelijk staat de auto goed.
    Ik stap uit, toets dan eindelijk dat nummer in. Het apparaat start en ik sta daar tussen de mannen -onderweg-naar-kantoor-die-nog-even-snel-de-auto-wassen-, als vrouw van de wereld te wachten totdat mijn auto als een stralende fenix onder de wasborstels te voorschijn komt.

    Als een komeet vliegt er iets de lucht in, het komt uit mijn auto. Het wordt gelanceerd en ligt een stukje verderop in het water. Het is een stuk zwart plastic en ineens zie ik wat het is, de beschermdop die op de trekhaak zit. Deze dop was al eerder gescheurd bij het onhandig achteruit inparkeren van een paar weken daarvoor. Ik aarzel geen ogenblik, ik loop ik naar auto naar de plas water waar de dop ligt, raap hem op en zet hem terug op de trekhaak. Net op dat moment begint de hoofdwas. Alle registers gaan open om de auto zijn volledige programma te geven. Het water spuit met volle kracht op de auto. Boven, links, rechts, voor en vooral achter, waar ik bezig ben de dop op de trekhaak terug te zetten. Ik ben onderdeel van de auto, ik ben het verlengstuk. En omdat de auto zo perfect in de cabine staat, krijg ik de volle laag. De mannen die op hun auto wachten totdat deze gewassen is, zijn allen druk met hun telefoon. Ik voeg me druipend tussen hun in en ik wacht bibberend in de kou totdat ik in mijn auto kan stappen. Ik doe net alsof het heel normaal is, ik ga niet gek doen, ik pak ook mijn telefoon en als ik eenmaal instap laat ik een plas water achter op het verder droge wegdek.

    Lees meer >> | 1 Reactie | Reageer | 1243 keer bekeken

  • Vakantie

    29 juli 2015

    Vakantie

    Het is druk, heel druk, in de grote vertrekhal bij de gate staan mensen op elkaar gepakt, met en zonder kinderen, omringd door rolkoffertjes en weekendtassen. Het is hoogseizoen en als je eens rustig wilt reizen is dit niet het goede moment. Ook wij, vriendin Nicolette en ik wachten bij de gate met onze koffertjes. Wij zitten op de verwarming, de weinige stoelen zijn allemaal bezet.

    En dan beweging, mensen worden onrustig, gaan staan, pakken hun bagage, roepen hun kinderen bij zich. Een grondstewardess komt aangelopen en roept de priority mensen zich op te stellen voor de bus die de passagiers naar het vliegtuig rijdt. Onze plek op de verwarming blijkt in de priority-rij te zijn, wij blijven zitten, we hebben geen priority. De rij loopt leeg en wij blijven als enigen zitten. De grondstewardess maakt aanstalten om de volgende rij open te stellen en nu blijken wij ineens helemaal achterin te staan en wij dreigen als laatsten in het vliegtuig te stappen. We hebben weliswaar besproken plaatsen, maar het gedoe om plek te vinden voor je handbagage is een survival of the fittest. Maar vlak voor het moment dat de stewardess het lint los maakt waarachter de lange rij mensen ongeduldig staan te wachten, staat Nicolette op en loopt richting grondstewardes. Ik volg als een hondje achter Nicolette aan. De stewardess vraagt: ‘Priority?’, denkend met een verlate passagier te maken te hebben. ‘Nee’, roept Nicolette met luide stem, ‘steunkousen’ en gebaart naar haar benen. En inderdaad, zij loopt niet helemaal fris en dat maakt indruk. De rij wordt tegengehouden, niemand zegt wat en iedereen kijkt. Wij lopen als eersten naar de bus die ons naar het vliegtuig brengt.

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 816 keer bekeken

  • Meer blogs >>