Ken je dat, je bent in een vreemde plaats. Je hebt geboekt voor minimaal vier weken, want je weet zeker, daar wil ik zijn. En het liefst zo lang mogelijk om allerlei redenen, waarbij het weer een belangrijke rol speelt.

De vreemde plaats heeft in principe alles wat je wilt. Het is weliswaar kleiner maar voldoende voor vier weken. Je valt direct voor het uitzicht, vanaf grote hoogte kijk je uit op de oceaan. Je ziet hoe de zon valt op het water, de glinstering die dat teweeg brengt. Je ziet de golven die voortgedreven door de wind alsmaar dezelfde kant opgaan. Soms is het niet meer dan een rimpeling, een andere keer zie je dat het water wordt voortgestuwd. Vanaf het balkon bewonderen we de verschillende fases, we raken er niet over uitgepraat. 

Na een nachtelijke storm liggen de brokstukken van de gemetselde en gestucte bovenrand van ons balkom op het tafeltje, de stoeltjes en op de grond. De stukken zijn groot genoeg voor een fikse hersenschudding. Onze tussenpersoon vraagt of we gewond zijn. P.: ‘Sta ik soms midden in de nacht op mijn balkon mijn shaggie te roken?'

De keuken is niet groot. We hebben een koelkast, fornuis, magnetron, meer hebben we niet nodig. Dan ineens het alarm, what the fuck, ik ben aan het koken. Het geluid gaat door merg en been, het blijft aanhouden. We gooien alle ramen open en waaien uit onze verschoning. Het rookalarm werkt prima.

Huiskamer, slaapkamers, daar hebben we niets op aan te merken. Behalve de badkamer, zo klein zie je ze zelden met zoveel attributen dicht op elkaar. 

Een wasmachine, hoera, dat juich ik toe. Daarnaast een badmeubel met het toilet er tussen in. Je moet je benen goed bij elkaar houden als je eenmaal op de pot zit. Ik heb de wasmachine 5 centimeter verschoven, dat gaf al heel veel ruimte aan onze benen. Je zit niet klem, dat zou overdreven zijn, maar het komt toch wel akelig dichtbij. Het is nogal cosy. 

Zo’n kleine badkamer verdient een bad, een laag bad waarin we staan als we gaan douchen. P voelt zich een acrobaat onder de douche. Je kunt je niet vrij bewegen, het is een smal bad, de bodem is rond en het is afgesloten met een douchegordijn. 

Een douchegordijn, ja en? De douche produceert niet alleen heel veel water maar ook heel veel wind en je raadt het misschien al. Die wind laat het douchegordijn bewegen, niet alleen bewegen, het douchegordijn wappert en omdat het een smal bad is, is er geen ontsnappen mogelijk. Het douchegordijn plakt zo op je blote kont, het hecht zich als een zuignap die er met moeite vanaf te krijgen is. Het hecht zich op je schone billen die allang niet meer zo fris zijn met dat douchegordijn dat mijn God mag weten, op hoeveel billen heeft geplakt. Billen die niet van jou of je partner zijn, nee van vreemde billen. Van mensen die ik niet ken, maar ook niet wil kennen, van billen waar ik niet over na wil denken.