‘Ik ben gek op plintjes’. Tegenover mij zit Janny de werkster van mijn buurman. Ik heb haar gevraagd mij te helpen met ramen zemen. Niet dat ik zo’n groot huis heb, of helemaal geen tijd, dat is het niet. Het zit niet in mijn systeem en eigenlijk wil ik dat zo laten. En heel soms bij toeval sluipen die ramen mijn systeem binnen.

Dat gebeurde de week ervoor, ik zat bij de buurman waar Janny net aan het poetsen was. Een heerlijk gezellig mens, met een praatje pot en een vette lach, het is niet verkeerd met Janny over de vloer. Zeker als je huis daarna helemaal shiny is. Ik zag haar en ineens dacht ik aan mijn niet gewassen ramen. En aan mijn niet-gewassen ramen kun je eer behalen.
Zo zit Janny een week later tegenover mij aan de koffie, trap, emmer en spons in de aanslag. Klaar om mijn ramen eens een goede beurt te geven.

‘Ik maak ook voor bedrijven schoon’, zegt zij, bijvoorbeeld nieuwe panden die opgeleverd worden. Ik roep dan naar mijn collega’s dat ze van de plintjes af moeten blijven, die zijn van mij. Ik doe een matje onder mijn knieen en dan ga ik dat hele pand door. Urenlang langs al die plinten. Het mooiste is als er van die hardnekkige klonten cement en ander ongerief op zit. Dan ga ik met mijn mesje de boel eraf schrapen. Daar word ik helemaal Zen van. Mijn collega’s haten plintjes maar ik word er heel erg blij van. Dus als er een pand opgeleverd wordt dan ben ik van de partij.’

Janny vertelt enthousiast verder, over de verschillende soorten plinten met wat je daar allemaal vanaf kunt schrapen. In mijn ooghoek zie ik mijn vuile witte plinten. Stof op de randjes, zwarte strepen her en der van…. ja van wat. Er zit zelfs een stuk plint los, het ligt er gewoon naast, zo’n klein stukje wat er aan vastgemaakt was in een hoekje. Het ligt op de grond met de naakte muur erachter zichtbaar. Cementachtig korrelig grijs op het randje van muur en grond. Dat ik dat nog nooit gezien heb en dat ik mijn plinten zo verwaarloosd heb. Dat was jaren geleden wel anders.

Mijn witte plinten zijn een compromis, oorspronkelijk waren ze donkerbruin. Hardhouten plinten, het stond trots in de verkoopbrochure. Alsof het het goud van Shiva was. Na een aantal jaren me geërgerd te hebben hieraan besloot ik actie te ondernemen.

Van een eerder thuisfront in een ander leven had ik inmiddels geleerd dat het het beste is iets te overleggen voordat je aan de slag gaat. Het was in de ‘bruine periode’, jaren 80 dat ik besloot mijn huis bruin te verven. Alle deurstijlen donkerbruin, de deuren lichtbruin. Op de dag dat ik dit bedacht,  kocht ik verf en begon, schuren en direct lakken op het witte hout.
Toen mijn toenmalige huisgenoot ’s-avonds thuis kwam van het werk vond hij een ineens ander huis. Het bruin was nog niet wat je er van mocht verwachten, het wit schitterde er doorheen met ongelijke streken. Het viel verkeerd en ik vond dat hij star was. Waar was die leuke man van mij gebleven?
Het resultaat was dat in het weekend wij gezamenlijk gezellig zwijgend stonden te schilderen. Ik nog een keer over mijn eerste bruin laag heen, het thuisfront kwastte met wit over de gedroogde bruine laag heen. Een vriend die op dat moment binnenkwam zei: ‘Ik bespeur hier een meningsverschil.’ Wij zeiden niets en verfden stug door.

‘Ik wil nieuwe moderne plinten’, riep ik. Mijn nieuwe thuisfront reageerde afhoudend. ‘Goede houten plinten gaan we niet zo maar weggooien’, was het verweer. ‘En weet je wel hoeveel dat kost, een beetje plint.’ Ik wist het niet, maar vond het niet relevant. Het duurde wel een paar weken maar uiteindelijk kwam ik met de oplossing. We gaan die plinten wit verven. Het thuisfront wilde er alleen aan toegeven als ik dat klusje zelf zou opknappen. Nou dat was geen punt.

‘Je moet ze eerst ontvetten’, riep mijn huisgenoot. ‘Anders dondert de verf eraf.’ ‘En vergeet je niet te schuren en de plinten in de grondverf te zetten? Ja dan pas lakken. Nee, niet gelijk lakken, wees nu niet eigenwijs, doe nu maar.’ Het thuisfront had er weinig vertrouwen in. En daar ging ik, dagenlang, met de kont omhoog door het huis. Huiskamer, keuken, gang, slaapkamers, het appartement nam in mijn ogen enorme afmetingen aan. Ik werd er niet Zen van. Na een week van zweten waren de plinten klaar, ze waren als nieuw. Zelfs het thuisfront was tevreden, ja zelfs blij met de verandering, het leek wel of het hele huis een metamorfose had ondergaan. We keken liefdevol naar onze plinten en we zagen dat het goed was.

Dit alles had ik in gedachten terwijl Janny verder zat uit te weiden over haar plinten, dat ze zo blij was als ze daarop los mocht gaan. Oh, had ik Janny maar eerder ontmoet, ze had haar repertoire kunnen uitbreiden. Ik had haar laten kennismaken met het schoonmaken met ammoniak, het schuren om alle pukkeltjes op het hout radicaal te verwijderen. Ik zou haar hebben leren verven, ik zou een nieuwe kwast gekocht hebben, de beste om haar het gevoel te geven dat ook met een kwast de Zen-status te bereiken zou zijn. Ik zou het fijnste schuurpapier gegeven hebben, in alle verfijningen die er zijn, zij zou het onderscheid gevoeld hebben tussen korrel 1 en 2, zij zou met haar vingers sensueel langs de plinten gevoeld hebben, de gladheid ervaren en het zou haar tot hoge pieken gebracht hebben. Ik zou haar de diepste dimensie van het plintenwezen hebben laten leren kennen.

Maar Janny kwam slechts mijn ramen zemen.

Detail 'Family affair' van Ada Krowinkel

Reageer op dit bericht